Dahlia

 Dahlia

De dahlia, lang verguisd, maar vandaag terug “hot”.

Naar aanleiding van ons bezoek aan het Vrijbroekpark te Mechelen, met zijn prachtige

collectie dahliaʼs, is het misschien interessant om eens wat meer aandacht aan deze

prachtige bloem te geven.

 

De dahlia komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, van de Azteken die de knollen als voedsel gebruikten.
Zo brachten de Spanjaarden de knollen mee naar Europa , maar hier vond 
men de smaak maar vies.

De mooie bloemen werden de volgende eeuwen tijdelijk

vergeten, tot in 1790 in Madrid een aantal zaden gezaaid werden en de planten hiervan

prachtige bloemen ontwikkelden. Meteen was Europa verkocht en vooral in Engeland

ontwikkelde zich een ware rage, wat ook niet moeilijk was met het grote kleurenpalet en de uiteenlopende bloemvormen.

Het bewaren van dahliaʼs.

Een aantal jaren terug hebben we verschillende zeer zachte winters gehad, en was het

eigenlijk niet zo erg als we onze dahliaknollen niet oogstten maar gewoon lieten in de grond zitten.

Het enige waar we wat last van hadden waren woelmuizen die zich in de

winter tegoed deden aan onze knollen, waardoor ze soms gedecimeerd werden. De

laatste winters waren echter zo zwaar dat de knollen totaal bevroren, zodat we verplicht

waren ze te rooien en vorstvrij te bewaren.

In het najaar snijden we de stengels in tot op een 10-tal cm. Dan graven we de knollen uit

en laten ze een paar uur opdrogen. We kunnen ze bewaren in een vorstvrije, licht

verluchte ruimte, in open kistjes waar we wat houtkrullen instrooien. In de winter

regelmatig eens controleren op schimmel. Als de ruimte een hogere temperatuur heeft dan

5 à 7 graden, zullen we maandelijks de knollen licht benevelen zodat ze niet volledig

zouden verdrogen en niet zouden uitschieten in het voorjaar.

Splitsen van dahliaknollen.

Als we onze knollen geoogst hebben, dan hebben we een aantal stervormige knollen.

Deze kunnen we uit mekaar halen, door ze uit elkaar te trekken of met een scherp mes

van mekaar te snijden. Meestal doen we dit in het voorjaar, als we de nieuwe scheuten al

zien. Op deze manier kunnen we onze dahliaʼs vermeerderen en zeker zijn van dezelfde

mooie bloem. Een andere methode om ze te vermeerderen en zeker te zijn van de soort is

stekken. Dit kan men doen door in februari-maart de knol te activeren door warmte en

vocht toe te dienen, waardoor men scheuten bekomt die men kan stekken zoals fuchsiaʼs.

Op het einde van het jaar leveren deze jonge plantjes dan ook nieuwe knollen op.

Planten van dahliaʼs.

Dahliaʼs vragen een zandige, goed doorlaatbare en licht zure grond.

Knollen kan men eind april begin mei uitplanten in volle grond. Het duurt nog enkele

weken eer de scheuten uit de grond komen en zo zijn ze beschermd tegen de laatste

vorst. De plantdiepte bedraagt een 10-tal cm.

Stekken plant men na de ijsheiligen (na half mei), als er geen gevaar meer is voor nachtvorst.

Dahliaʼs hebben een variabele hoogte naar gelang de soort. Variëteiten van meer dan 60

cm gaan we steunen. Plaats de steun reeds bij het planten, want als we achteraf een

steun in de grond kloppen gaan we dikwijls de knol kwetsen.

Bemesting van dahliaʼs.

Vermits dahlia een knolgewas is, vraagt ze een kaliumrijke meststof. Daar kunnen we

perfect aan voldoen met een bemesting met mix 2 van DCM om de 2 à 3 maanden.
Dit is
ook een stikstofarme meststof die de knopvorming zal bevorderen en onderhouden, zodat

we constant van een zeer rijke bloei verzekerd mogen zijn. Het hoge magnesiumgehalte

zal ook constant voor een mooi en donker gewas zorgen.

Water geven bij dahliaʼs.

Dahliaʼs zijn niet de gemakkelijkste planten. Bij lange drooogteperiodes gaan we ze

dagelijks water moeten bijgeven. Geef dan aan de voet van de plant en nooit over het blad

omdat via waterdruppels het blad gemakkelijk verbrandt. Vanaf eind september gaan we

stoppen met water bijgeven. Zo verplichten we de plant vocht op te slaan in de knol zodat

de knollen ook beter bestand zijn tegen de winter.

Dahliaʼs als snijbloemen.

Dahliaʼs snijden we ʻs morgens vroeg, als de plant nog voldoende water bevat en in een

goed geopend stadium. De vaas goed reinigen, dahliaʼs zijn gevoelig voor bacteriën. De

stengel onderkant schuin afsnijden en nooit splitten om het weefsel niet te veel te

beschadigen. Bladeren die in de vaas komen afsnijden.

Alle dagen de stengel schuin bijsnijden, en dagelijks het water verversen met lauw water.

De vaas niet in het zonlicht of te warm zetten.

Geef plantenvoeding, dit verlengt de houdbaarheid. Geef zeker geen suiker (dit laat de

plant rotten) of een koperen muntje, want dit helpt niet.

Succes.

Onderhoud van dahliaʼs.

Dahliaʼs zijn echte bloeiwonders. Men moet ze enkel maar constant stimuleren.
Verwijder 
enkele malen per week de uitgebloeide bloemen en zorg dan dat je de volledige

bloemstengel hebt. Vergeet ook niet de hogere aanbeveling over mest.

Als je deze eenvoudige raadgevingen probeert te volgen, zal je zeker gedurende 4 à 5

maanden verzekerd zijn van een overvloedige bloemenpracht.

Bescherming van dahliaʼs tegen ziektes en ongedierte.

Preventie tijdens het planten kan al heel veel doen. Zorg om te beginnen voor een zonnige

en verluchte standplaats. Ook een humusrijke en losse bodem met een kaliumrijke

organische meststof is belangrijk.

Regelmatig begieten bij droge periodes en de grond onder en rond de planten zo net

mogelijk proberen te houden, zodat we geen schuilplaatsen voor ongedierte creëren.

Dierlijke belagers zijn vooral slakken, bladluis, bladvretende kevers, spintmijt, rupsen en schuimcycaden.

Ziekten kunnen worden veroorzaakt door schimmelsporen , virussen, bacteriën of

voedingstekorten. Bij aantasting wenden we ons tot een betrouwbaar tuincentrum, maar

dikwijls zal veel onheil voorkomen worden als we de beschreven raadgevingen opvolgen

en als we zorgen voor planten die zonder al te veel moeilijkheden gezond kunnen

 

uitgroeien.